Waarom het wad me niet loslaat

Verhalen  —  Augustus 2026

Waarom het wad me niet loslaat

Al vijftig jaar hetzelfde onderwerp, en nog steeds niet uitgekeken. Over stilte, leegte, en een schilderij dat is blijven hangen.

Er is geen dag hetzelfde op het wad. Bij eb trekt het water zich terug en blijft de bodem achter als een landkaart van geulen en slenken; bij vloed is er niets dan water en lucht, en lijkt de wereld even helemaal leeg. Die leegte is nu al vijftig jaar mijn onderwerp, sinds die eerste keer op Schiermonnikoog, het moment waarop ik voor het eerst met eigen ogen zag hoeveel er te zien is in bijna niets. Ik ben er sindsdien nooit meer helemaal weggeweest, al is dat soms alleen nog in gedachten.

Vooral het slenkengebied trekt me, met die bochten en kronkels die het licht en het land steeds opnieuw vormgeven. In die weidsheid, in dat wisselende licht boven het water, herken ik iets groters dan mezelf: de hand van een Schepper die met kwistiger gebaar heeft geschilderd dan ik ooit zal kunnen. Wat mij op het wad naar het paneel drijft, is dan ook niet zozeer wat ik zie, maar de stilte die eronder ligt, een stilte die ik voel voordat ik hem kan verklaren. Schiermonnikoog is mijn vaste plek gebleven, al kwam ik vroeger ook veel bij Wierum, waar de zee prachtige inhammen in het land trok en er eilandjes en schiereilandjes ontstonden. Daar is nu bijna niets meer van over; de zee neemt evengoed als ze geeft.

Ik werk er niet met een schetsboek in de hand, zoals mensen soms denken. Ik kijk, en ik onthoud: de sfeer, de kleuren, de vormen, en leg vast wat me boeit met een foto. Vroeger tekende ik altijd eerst, en werd het schilderij daarna aan de hand van die tekening gemaakt; tegenwoordig, met het gebruik van foto’s, teken ik steeds vaker direct op het paneel of doek. Maar het overbrengen is nooit het moeilijkste. Het moeilijkste is de spanning van al die leegte voelbaar te krijgen op een plat stuk paneel. Het museum schreef er ooit treffend over: “Er is leegte, maar geen kaalheid, een voelbare stilte.” Dat woordje voelbare raakt precies waar het om gaat. Kaalheid is meteen zichtbaar, die is er al. De stilte moet ik nog een vorm geven, en dat is, denk ik, het dichtst wat ik bij scheppen zelf kan komen: niet maken uit het niets, maar zichtbaar maken wat er al was.

Oude haven Schier, schilderij van Dick Oostra, acryl op paneel

Er is één schilderij waar ik in de loop der jaren bijzonder aan gehecht ben geraakt: de Oude haven van Schiermonnikoog, voor mijn doen een vrij groot werk. Het pittige onderwerp maakte het lang lastig om er rust in te krijgen, en misschien is het juist daarom blijven hangen, omdat het me uiteindelijk wél lukte. Wad-licht is voor mij nooit één soort weer geweest. Het is een zonnige dag met een blauwe lucht en grote wolken vol dreiging, maar minstens zo mooi is een grijze, druilerige middag waarop de lucht en het water in elkaar overlopen. Eén keer ben ik op Schiermonnikoog overvallen door een dichte mist, ergens tussen de vierde slenk bij Kaap Willemsduin en de duinen bij de Balg. Het hele gevoel voor richting was ineens zoek, en dat is best spannend als dat een tijd duurt. Gelukkig liep ik de goede kant op.

Wat ik hoop is dat wie zo’n wadwerk aan de muur heeft hangen, iets van diezelfde stilte meekrijgt: de rust die ik zelf voelde bij het kijken, en later, geduldiger nog, bij het maken. Meer wad-werk is te zien bij de tekeningen en schilderijen.

Dick Oostra, Oldehove